What A Time To Be Alive
Taal kiezen: Nederlands

Alle computers op het ARPANET stappen op 1 januari tegelijk over op TCP/IP

Op 1 januari 1983 schakelt het ARPANET in één keer over op nieuwe afspraken om berichten te versturen. Daarmee kunnen netwerken van verschillende soorten voortaan met elkaar praten.

Kleurenfoto van een computerzaal met vier hoge zwarte en blauwgrijze kasten met lampjes en een tapeband, en een jonge man in trui die van achteren aan een beeldschermterminal typt, met een printer en een stapel papier naast zich.
In zalen als deze schakelden op 1 januari 1983 alle computers van het ARPANET tegelijk over op TCP/IP (foto ter illustratie, met AI gegenereerd)

LOS ANGELES, JANUARI 1983 - Op 1 januari is het ARPANET, het netwerk van computers van Amerikaanse onderzoeksinstellingen, in één keer overgestapt op nieuwe regels voor het versturen van berichten. Ze heten TCP/IP. Alle aangesloten computers moesten tegelijk omschakelen. Wie dat niet had gedaan, kon alleen nog met omwegen met de rest praten. De overstap is vooraf jarenlang voorbereid en verloopt tot nu toe soepel.

Regels voor een gesprek tussen machines

Een protocol is een afspraak over hoe computers elkaar berichten sturen: hoe een bericht eruitziet, hoe de ontvanger laat weten dat het is aangekomen en wat er gebeurt als het misgaat. Zonder dezelfde afspraak begrijpen twee computers elkaar niet. Tot nu toe praatten de computers op het ARPANET met NCP, het Network Control Protocol. NCP is gemaakt voor dat ene net. Het bleek niet geschikt voor de pakketradionetwerken en satellietnetwerken die daarna kwamen, netwerken met andere eigenschappen dan de vaste lijnen van het ARPANET.

Een netwerk van netwerken

TCP/IP is bedacht door Vint Cerf en Bob Kahn, die er in 1974 een ontwerp voor publiceerden. Het idee: elk netwerk mag intern anders werken, en een gemeenschappelijke afspraak verbergt die verschillen. Die afspraak bestaat uit twee lagen.

De onderste laag is IP, het Internet Protocol. IP geeft elke computer een adres en stuurt pakketjes naar hun bestemming, via tussenstations die gateways heten. Een gateway geeft pakketjes door van het ene netwerk aan het andere. IP belooft niet dat een pakketje aankomt. Het doet zijn best.

De bovenste laag is TCP, het Transmission Control Protocol. TCP zorgt dat het toch goed gaat. Het nummert de stukjes van een bericht, zet ze bij de ontvanger in de goede volgorde, gooit dubbele weg en verstuurt kwijtgeraakte stukjes opnieuw. Dat werk doen de computers aan het begin en het eind, niet het netwerk ertussen.

Je kunt het vergelijken met een lange brief die je in genummerde enveloppen opstuurt. IP is het adres op elke envelop en het postkantoor dat hem doorstuurt, ook langs andere bedrijven dan jouw eigen postbode. TCP is het nummer op de envelop: de ontvanger ziet welke ontbreekt en vraagt die opnieuw aan. In 1978 splitste de netwerkontwerper Jon Postel het oorspronkelijke ontwerp, één programma, in deze twee delen.

Waarom alles op één dag

De overstap is een 'flag day': een vaste dag waarop alles tegelijk verandert. Dat kan niet anders. Computers die nog NCP praten en computers die TCP/IP praten, begrijpen elkaar niet. Alle computers moesten daarom tegelijk omschakelen, en terug kon niet meer.

Postel schreef de planning in november 1981 op. Elke instelling die een computer op het net heeft, moest in 1982 met de voorbereiding beginnen. Tot de overstap zorgden tussenstations ervoor dat computers die alleen NCP spraken, toch konden praten met computers die alleen TCP/IP spraken. Nieuwe computers kregen alleen TCP/IP. De planning ging uit van ongeveer 200 computers begin 1982 en ongeveer 250 aan het einde van dat jaar. In maart 1982 verklaarde het Amerikaanse ministerie van Defensie TCP/IP tot standaard voor al het militaire computernetwerkwerk.

De overstap opent nieuwe mogelijkheden. Het ARPANET kan straks worden gesplitst in een deel voor militair gebruik, MILNET, en een deel voor onderzoek, en beide blijven met elkaar verbonden.


Teruggeblikt vanuit 2026

TCP/IP is nog steeds de basis van het internet. In het artikel over het eerste bericht op het ARPANET in 1969 staat hoe één net met pakketjes werkte, via kleine tussenstations die elk pakketje doorgaven. De stap van 1983 is de volgende: niet één net, maar een gemeenschappelijke taal waarmee netwerken van allerlei soorten aan elkaar kunnen worden gekoppeld. Daardoor kon het net groeien zonder dat iemand alles hoefde te herbouwen.

Voor AI betekent dat dat er een wereldwijd net kwam met tekst, beeld en geluid van miljarden mensen. Taal- en beeldmodellen leren van dat materiaal. Zonder een gemeenschappelijke taal tussen netwerken zouden er losse netten zijn gebleven, en was dat materiaal nooit op één plek terechtgekomen.

Bronnen

  1. RFC 801: NCP/TCP Transition Plan (Jon Postel, november 1981)
  2. Wikipedia: Internet protocol suite
  3. Wikipedia: Flag day (computing)
  4. Internet Society: Brief History of the Internet