Diepzee-expeditie bij Argentinië levert 57 nieuwe diersoorten op
In een diepe onderzeese kloof voor de kust van Argentinië hebben biologen 57 diersoorten gevonden die nog niemand kende, van zeekomkommers tot koralen. Miljoenen mensen keken live mee toen een onderwaterrobot de dieren filmde.
Over het oppervlak van de maan weten we meer dan over de bodem van de diepzee. Hoe dieper je komt, hoe minder er ooit is bekeken. Een internationale expeditie in een onderzeese kloof voor de kust van Argentinië laat nu zien hoeveel er daar nog te ontdekken valt: biologen vonden er 57 diersoorten die nieuw zijn voor de wetenschap.
Een kloof van ruim 3,5 kilometer diep
De expeditie vond plaats in de zomer van 2025 in de Mar del Plata-kloof, een van de grootste onderzeese kloven van Argentinië. Die is op het diepste punt meer dan 3.500 meter diep. Op die plek komen twee zeestromen samen: een warme, zoute stroom uit het noorden en een koude, voedselrijke stroom uit het zuiden. Dat maakt het een van de woeligste en rijkste plekken in de oceanen.
Het onderzoeksschip Falkor (too) van het Amerikaanse Schmidt Ocean Institute liet een onbemande onderwaterrobot zakken, die met camera's en grijparmen de bodem verkende. De beelden gingen live het internet op. Volgens het instituut keken meer dan vier miljoen mensen mee. Vooral een dikke oranje zeester werd beroemd, omdat hij leek op Patrick uit de tekenfilm SpongeBob. Die zeester zelf is overigens geen nieuwe soort.
In twee weken 57 nieuwe soorten
De echte ontdekkingen kwamen later, in het lab. In juli 2026 kwamen twintig specialisten in het benoemen van soorten uit Latijns-Amerika en Europa twee weken samen in Buenos Aires. Ze bekeken de meegenomen dieren en stelden vast dat 57 soorten nog onbekend waren. Vijf daarvan zijn zo anders dat ze een eigen nieuw geslacht krijgen, een groep van nauw verwante soorten.
De nieuwe soorten zijn:
- 22 stekelhuidigen: zeekomkommers en zeelelies, familie van de zeester;
- 20 roeipootkreeftjes: piepkleine kreeftachtigen;
- 14 koralen en zeeveren;
- 1 zogenoemde olifantstandschelp, een weekdier met een schelp in de vorm van een slagtand.
Een opvallende zeekomkommer kreeg de bijnaam "Loki", naar de horentjes op zijn kop. Er zijn ook een felpaarse zeekomkommer en een rood-oranje koraal gevonden. Bij de kreeftjes was het helemaal bijzonder: de onderzoekers bekeken maar ongeveer een tiende van de stalen, en elk kreeftje dat ze bekeken, bleek nieuw.
Wat er nu gebeurt
De gegevens zijn vastgelegd in NOVA, een open online verzameling van nieuw ontdekte zeedieren van het project Ocean Census. De dieren krijgen een vaste plek in het natuurhistorisch museum van Buenos Aires. Voor een paar koralen volgt nog genetisch onderzoek, omdat ze misschien zelfs bij een nieuwe familie horen. Daarna worden de soorten officieel beschreven. Begin 2027 gaat er een nieuwe expeditie naar een andere onderzeese kloof.
Ocean Census is een wereldwijd project dat zoveel mogelijk leven in de oceanen in kaart wil brengen. Wetenschappelijk leider Michelle Taylor zegt dat de diepzee een van de minst begrepen leefgebieden op aarde is.
Wat betekent dit voor de weg naar de singulariteit?
Deze ontdekking laat twee dingen zien. Robots en livecamera's maken de diepzee bereikbaar voor onderzoekers én voor miljoenen kijkers thuis. En er is daar beneden nog een enorme hoeveelheid leven dat we niet kennen.
Het benoemen van soorten gaat nog grotendeels met de hand, door een kleine groep specialisten. Dat is precies het soort werk waar AI de komende jaren veel kan versnellen. Beeldherkenning kan duizenden onderwaterbeelden doorzoeken op dieren die afwijken van alles wat bekend is. AI-modellen die DNA lezen, kunnen helpen bepalen hoe een nieuw dier verwant is aan bekende soorten. Zo kan een team als dit in de toekomst niet een tiende, maar alle stalen bekijken. En hoe beter we weten wat er in de oceaan leeft, hoe beter we het kunnen beschermen.