Kleine slangen op Borneo vluchten door radslagen te maken, met hun kop recht vooruit
Japanse onderzoekers filmden dwergrietslangen die bij gevaar wegrollen als een wiel. Dat gaat vier keer zo snel als gewoon kronkelen. Het knappe: terwijl het lijf rondtolt, blijft de kop stil vooruit kijken.
Een slang die een radslag maakt: het klinkt als een sprookje. Toch doen kleine slangen uit de regenwouden van Borneo precies dat als ze in gevaar zijn. Onderzoekers van de Toho-universiteit in Japan hebben nu voor het eerst precies vastgelegd hoe ze dat doen. Ze publiceerden hun resultaten op 19 oktober 2026 in het wetenschappelijke tijdschrift Current Biology.
Het gaat om dwergrietslangen, kleine, schuwe slangen van 11 tot 28 centimeter lang die in Zuidoost-Azië in de bosbodem leven. In 2023 beschreven andere onderzoekers al dat deze slangen soms wegrollen. Hoe dat werkt, was toen nog een raadsel.
Racen op een baan van twee meter
Onderzoeksleider Yosuke Kojima en zijn team verzamelden dertien dwergrietslangen van drie soorten in het nationaal park Kubah, in de Maleisische deelstaat Sarawak. Ter vergelijking deden ook zes slangen van een verwante groep mee. Elke slang kreeg op een racebaan van 2,2 meter lang en 20 centimeter breed een zacht tikje. Camera's boven en naast de baan filmden wat er gebeurde.
Alle dwergrietslangen gingen rollen. Geen van de verwante slangen deed dat. Rollend haalden de dwergrietslangen snelheden van ongeveer 6 tot 13 kilometer per uur. Dat is zo'n vier keer sneller dan wanneer ze gewoon kronkelen, en voor zo'n klein dier razendsnel: de snelsten gaan harder dan een rustige jogger. Na het rollen schoten de slangen vaak snel onder een voorwerp in de buurt om zich te verstoppen.
Het lijf tolt, de kop blijft stil
Rollen zonder wiel of as is lastig. Wie zijn hele lichaam laat ronddraaien, draait ook zijn ogen en zijn kop mee, en ziet dan niet meer waar hij heen gaat. Hoe sneller je rolt, hoe groter dat probleem.
De slangen lossen dat slim op. Ze krullen zich op tot een lus, en een deel van hun lijf zwaait telkens langs de zijkant van hun kop naar voren. De staart duwt zich daarna af voor de volgende lus. Daarbij wisselen ze steeds van kant: de ene keer rolt het lijf over links, de volgende keer over rechts. Zo draait alleen het achterste deel van het lichaam rond. De kop blijft vooruit wijzen, en ook ongeveer op dezelfde hoogte. Bij hoge snelheid houden de slangen hun kop zelfs extra stil en iets omhoog.
Volgens de onderzoekers laat dit zien hoe dieren met nieuw gedrag meer kunnen dan je op basis van hun lichaamsbouw zou verwachten. De Amerikaanse biologe Jessica Tingle van Brown University, die niet aan het onderzoek meedeed, noemt het tegen het tijdschrift Science News prachtig gedrag. Zij wil nu weten of deze slangen een bijzondere bouw of een bijzondere aansturing door hun zenuwstelsel hebben die het rollen mogelijk maakt. Dat is een mooie vraag voor vervolgonderzoek.
Wat betekent dit voor de weg naar de singulariteit?
Robotbouwers kijken al lang naar slangen. Slangrobots kunnen door puin, buizen en smalle ruimtes kruipen waar wielen en poten vastlopen. Maar kronkelen gaat langzaam. Deze kleine slangen laten zien dat één lang, buigzaam lichaam ook kan omschakelen naar een snelle rolbeweging, en tegelijk zijn 'camera' stil kan houden. Precies dat stilhouden van de kop is voor een robot met een camera voorin goud waard.
Het onderzoekswerk zelf leunt op nauwkeurige videoanalyse: elke beweging van het lijf, beeld voor beeld, vanuit meerdere hoeken. Dat soort werk is steeds vaker iets wat AI-programma's voor biologen kunnen overnemen, zodat ze veel meer dieren en bewegingen kunnen vergelijken. En een AI-model dat zowel biologie als robotica kent, kan zulke vondsten uit de natuur sneller koppelen aan een technisch probleem dat er al jaren op wacht. Zo kan een schuwe slang uit de bosbodem van Borneo zomaar de volgende generatie zoekrobots inspireren.