Vier onderzoekers vragen geld om machines te laten denken, en geven het vak een naam
John McCarthy, Marvin Minsky, Nathaniel Rochester en Claude Shannon vragen een stichting om geld voor een zomerproject van twee maanden. Hun voorstel gebruikt als eerste de term 'kunstmatige intelligentie'.
HANOVER (NEW HAMPSHIRE), AUGUSTUS 1955 - Vier Amerikaanse onderzoekers hebben een voorstel ingediend voor een zomerproject aan Dartmouth College. Ze willen in de zomer van 1956 twee maanden lang met ongeveer tien mensen onderzoeken hoe machines kunnen worden gemaakt die zich gedragen als een denkend mens. Het voorstel is gedateerd op 31 augustus 1955 en gaat naar de Rockefeller Foundation, een stichting die wetenschappelijk onderzoek betaalt. Het is de eerste tekst waarin de woorden 'kunstmatige intelligentie' staan.
Wie het zijn
De schrijvers zijn John McCarthy, wiskundige aan Dartmouth, Marvin Minsky van Harvard, Nathaniel Rochester van IBM en Claude Shannon van Bell Labs. Ze hebben een gedeeld idee: elk onderdeel van leren, of elk ander kenmerk van intelligentie, kan in principe zo precies worden beschreven dat een machine het kan nabootsen. Dat is geen bewezen feit. Het is het uitgangspunt van het project.
Waarom nu
Computers zijn ongeveer tien jaar oud. ENIAC en zijn opvolgers rekenen razendsnel, maar ze doen alleen wat een programmeur tot in detail heeft voorgeschreven. Het voorstel vraagt of je een machine ook zelf kunt laten redeneren, een taal laat gebruiken of van ervaring laat leren. Dat vraagt om een eigen naam voor het vakgebied, en die naam is nu bedacht: kunstmatige intelligentie, in het Engels artificial intelligence.
Zes thema's
In het voorstel staat een lijst van onderwerpen waar het project aan wil werken, hier in gewone woorden:
Ten eerste automatische computers: hoe schrijf je programma's zo dat ze een machine laten doen wat een mens zou doen? Ten tweede taal: kan een machine woorden gebruiken en begrijpen? Ten derde netwerken van neuronen: kun je met schakelingen die lijken op zenuwcellen iets laten leren? Ten vierde de theorie van rekenen: hoe meet je hoe groot een berekening is, en wanneer is hij te groot? Ten vijfde abstractie: kan een machine uit losse voorbeelden een begrip afleiden, zoals 'stoel', in plaats van elk voorbeeld apart te onthouden? Ten zesde creativiteit: kan een machine iets nieuws verzinnen?
Het project zelf is een zomer van gesprekken en uitproberen met een kleine groep, geen groot laboratorium. Dat is genoeg om een nieuw vakgebied te laten beginnen als het idee blijft hangen.
Teruggeblikt vanuit 2026
De bijeenkomst vond in de zomer van 1956 plaats. Ze duurde zes tot acht weken. Elf mensen stonden op de lijst, maar veel deelnemers kwamen maar een deel van de tijd. Alleen McCarthy, Minsky en Ray Solomonoff bleven de hele periode. De gesprekken waren losjes georganiseerd.
Toch geldt de zomer als de start van het vakgebied. De term 'kunstmatige intelligentie' bleef bestaan, en veel van de zes thema's zijn terug te vinden in het AI-werk van nu. Taal en neurale netwerken werden de basis van de grote taalmodellen, abstractie en leren van voorbeelden de kern van machinaal leren.