What A Time To Be Alive
Taal kiezen: Nederlands

Robotmot krijgt een nieuw zintuig dankzij kunstmatig bloed

Onderzoekers uit Estland en Italië lieten een robot in de vorm van een mot na de bouw zelf een lichtsensor aanmaken, met een soort kunstbloed en uv-licht. De robot reageert daarna op uv-licht door met zijn vleugels te klapperen. Het is een eerste proefopstelling.

Doorzichtige robotmot op een labtafel, met oranje adertjes in de vleugels en een zwarte vlek op één vleugel; links een klein pompje met een slangetje.
Waar uv-licht op de vleugel valt, ontstaat een nieuwe sensor (foto ter illustratie, met AI gegenereerd)

Een robot die na de bouw nog een nieuw zintuig krijgt: dat lieten onderzoekers van de Universiteit van Tartu in Estland en het Italiaanse Istituto Italiano di Tecnologia zien. Ze bouwden een robot in de vorm van een mot, met een kunstmatige bloedsomloop. Daarmee kon de robot op de plek waar uv-licht op zijn lichaam viel, een werkende lichtsensor laten ontstaan. De studie verscheen op 23 oktober 2026 in het vrij toegankelijke wetenschappelijke tijdschrift Advanced Science.

Waarom een robot bloed zou willen

Robots verlaten de fabriek meestal met vaste onderdelen. Ingenieurs moeten dus vooraf bedenken welke sensoren een robot nodig heeft. Komt hij later in een situatie die niemand had voorzien, dan kan slimme software dat maar deels oplossen: een zintuig dat er niet is, kun je niet bijprogrammeren.

In de natuur werkt het anders. Bij insecten stroomt een soort bloed vrij door het hele lichaam. Zo kunnen bouwstoffen overal komen waar ze nodig zijn. Dat idee namen de onderzoekers over.

Een mot als voorbeeld

Als voorbeeld kozen ze het blauw weeskind (Catocala fraxini), een van de grootste motten van Estland. Het lichaam van de robot is met een 3D-printer gemaakt van doorzichtig plastic. Elke vleugel is ongeveer 86 vierkante centimeter, zo groot als een flinke handpalm. Door de vleugels lopen 'aderen' van ongeveer een millimeter breed. Eén pompje verdeelt zo'n 3 milliliter vloeistof, ongeveer een halve theelepel, over het hele lichaam.

Uv-licht maakt een nieuwe sensor

In het kunstbloed zit onder meer pyrrool, een stof die onder uv-licht verandert in polypyrrool. Dat is een plastic dat stroom geleidt. Viel er ongeveer een minuut uv-licht op een plek van de robot, dan ontstond daar zo'n geleidend laagje en kleurde het doorzichtige plastic zwart. Met een sjabloon konden de onderzoekers bepalen welk patroon ontstond, tot op 0,3 millimeter nauwkeurig.

Dat nieuwe laagje werkt als zintuig. Valt er daarna uv-licht op, dan geleidt het kort beter stroom. Een kleine computer in de robot merkt dat op en laat de robot reageren: hij klappert met zijn vleugels, aangedreven door een draad van een metaal dat van vorm verandert als het warm wordt, of hij laat een lampje knipperen. Zo kreeg de robot een zintuig dat hij bij de bouw nog niet had.

Een verrassing was dat de sensor bij elke belichting gevoeliger werd. Overgebleven pyrrool bleef namelijk verder omzetten. De onderzoekers zien dat als een vorm van geheugen in het materiaal. Na meer dan vier maanden opslag werkten de sensoren nog steeds.

Een eerste stap

Het gaat om een proefopstelling. De robot kan nu één vooraf gekozen sensor maken, en die stap is niet terug te draaien. De onderzoekers bepaalden zelf wanneer de aderen gevuld werden en waar de sensor kwam. Bovendien was hetzelfde uv-licht zowel de bouwstof als het signaal dat de sensor opvangt.

De volgende vraag is hoe een robot zelf kan bepalen wat hij nodig heeft, zonder dat mensen dat vooraf vastleggen. Hoofdonderzoeker Kadri-Ann Pankratov hoopt dat kunstmatig robotbloed over tien jaar voor sommige toepassingen een vanzelfsprekende keuze is. Ze denkt aan laagjes die tegen roest beschermen, die storende straling tegenhouden of die contact maken met levend weefsel. Ook kunnen dezelfde aderen andere stoffen vervoeren, misschien ook stoffen waarvan het effect wel weer terug te draaien is.

Wat betekent dit voor de weg naar de singulariteit?

Robots zijn nu nog grotendeels af als ze de fabriek verlaten. Dit onderzoek laat zien dat een robot ook daarna nog een nieuw onderdeel kan krijgen, ter plekke en in zijn eigen lichaam. Als dat straks breder werkt, kunnen machines zich aanpassen aan plekken die niemand van tevoren kende, zoals een ingestort gebouw of een andere planeet. Dat maakt robots minder afhankelijk van mensen die alles vooraf moeten bedenken: een stap naar machines die zichzelf kunnen verbeteren.

Wat is de technologische singulariteit? Lees de uitleg →

Bronnen

  1. Interesting Engineering
  2. arXiv.org
  3. www.brightsurf.com
  4. Advanced Science (studie)