In deze Chinese fabriek bouwen mensachtige robots onderdelen voor nieuwe robots
Het Duitse Schaeffler heeft in het Chinese Taicang een fabriek geopend waar mensachtige robots de 'gewrichten' van nieuwe robots in elkaar zetten. Volgens het bedrijf begint daar de massaproductie van die onderdelen.
Een robot die helpt om nieuwe robots te bouwen: in het Chinese Taicang is dat sinds 20 oktober dagelijks werk. Het Duitse bedrijf Schaeffler, bekend van lagers en aandrijvingen voor auto's en machines, opende daar een proeffabriek voor mensachtige robots van ongeveer 7.500 vierkante meter. Volgens het bedrijf begint er de massaproductie van onderdelen voor zulke robots.
Robots monteren robotgewrichten
Een mensachtige robot heeft in elk gewricht een klein aandrijfblok nodig: een motor met tandwielen die een arm laat draaien of een been laat strekken. Zulke blokken heten actuatoren. Sommige draaien, andere duwen en trekken in een rechte lijn. Precies die onderdelen worden in Taicang gemaakt, voor de volgende generatie mensachtige robots.
Aan de assemblagelijn werken volgens Schaeffler zes mensachtige robots op vijf werkplekken. Ze pakken en sorteren onderdelen, persen en schroeven ze in elkaar, controleren het resultaat en plakken er etiketten op voordat ze het verpakken. Topman productie Jochen Schröder zegt dat het de eerste keer is binnen het wereldwijde netwerk van Schaeffler dat mensachtige robots onderdelen voor mensachtige robots monteren.
Een deel van die robots komt van de Chinese robotmaker ROKAE. Die meldt dat vijf van zijn robots van het type Helios op de lijn werken. Helios heeft geen benen, maar rijdt op een onderstel met wielen, met een snelheid van maximaal 1,5 meter per seconde, ongeveer wandeltempo. Bovenop zitten twee armen die voelen hoeveel kracht ze zetten, zodat ze een onderdeel voorzichtig op zijn plek kunnen drukken.
Oefenen voordat het echt is
Naast de assemblagelijn staat een trainingscentrum. Daar leren robots taken als onderdelen keuren met een camera, bakken verplaatsen, verpakken en materiaal bijvullen aan de lijn. De oefenplekken lijken op de werkplekken in Schaefflers ongeveer honderd fabrieken over de hele wereld. Wat een robot hier leert, kan dus later ook elders worden gebruikt.
Daarnaast heeft de fabriek een digitale tweeling: een virtuele kopie van de lijn die precies bijhoudt wat er in het echt gebeurt. Sensoren meten hoe nauwkeurig er wordt gemonteerd, hoe lang elke stap duurt, hoeveel stroom er wordt verbruikt en hoe het met de machines gaat. Een verandering kan zo eerst op de computer worden uitgeprobeerd. Volgens Schaeffler worden nieuwe processen daardoor sneller klaar en loopt de productie stabieler.
Een groeiende markt
Schaeffler ziet veel vraag naar onderdelen voor mensachtige robots. Na twee nieuwe klanten in China in het derde kwartaal van 2026 staat het totaal aan bestellingen volgens het bedrijf op ongeveer 400 miljoen euro. ROKAE meldt dat het in september zijn tienduizendste robotarm afleverde en dat meer dan tachtig bedrijven die armen in hun productie gebruiken.
Hoeveel onderdelen de lijn per dag maakt en hoe vaak een mens nog moet bijspringen, heeft Schaeffler niet bekendgemaakt. Die cijfers laten straks zien hoe goed de robots het werk aankunnen.
Wat betekent dit voor de weg naar de singulariteit?
Een van de grote vragen bij mensachtige robots is hoe je er genoeg van maakt. Als robots zelf een deel van de onderdelen voor nieuwe robots kunnen monteren, kan de productie meegroeien met de vraag. Taicang is een van de eerste fabrieken die dat op industriële schaal probeert. Belangrijk is ook dat de robots er leren in een omgeving die op echte fabrieken lijkt, en dat alles wat ze doen wordt gemeten. Met die gegevens kunnen ze steeds beter worden. Laat de lijn zien dat het werkt, dan is dat een stap naar robots die in grote aantallen en tegen lagere kosten worden gebouwd.