Celtherapie bij Parkinson geeft na vier jaar aanwijzingen voor veiligheid
Een experimentele celtherapie tegen Parkinson gaf bij twaalf deelnemers na vier jaar aanwijzingen voor veiligheid en betere beweging, vooral bij de hoogste dosis. Een grote vervolgstudie moet laten zien hoe goed de behandeling werkt.
Bij de ziekte van Parkinson gaan zenuwcellen verloren die dopamine maken, een stof die helpt bij het regelen van bewegingen. Bestaande behandelingen, zoals medicijnen, verminderen vooral de bewegingsklachten. Ze brengen de verloren cellen niet terug. Een experimentele celtherapie probeert precies dat: nieuwe dopaminecellen in de hersenen plaatsen.
In een kleine studie met twaalf mensen met Parkinson zagen onderzoekers na vier jaar aanwijzingen dat de behandeling veilig genoeg is. Ook waren er signalen dat de bewegingen verbeterden, vooral bij de hoogste dosis. Neuroloog Claire Henchcliffe van de University of California, Irvine, presenteerde de resultaten in oktober 2026 op het jaarcongres van de American Neurological Association in San Diego. De medische nieuwssite Healio schreef er op 3 november over.
Cellen inbrengen via een operatie
De behandeling heet bemdaneprocel en is nog in onderzoek. Het bestaat uit voorlopers van dopaminecellen, gekweekt uit stamcellen van een donor. Chirurgen brengen deze cellen tijdens één operatie van enkele uren in een hersengebied dat belangrijk is voor beweging, aan beide kanten van de hersenen.
Vijf deelnemers kregen aan elke kant 0,9 miljoen cellen en zeven deelnemers 2,7 miljoen cellen per kant. De deelnemers waren 50 tot 78 jaar oud en hadden 5 tot 15 jaar Parkinson. Omdat de donorcellen niet passen bij het afweersysteem van de ontvangers, kregen alle deelnemers een jaar lang medicijnen die de afweer onderdrukken. Zo stoot het lichaam de cellen niet af.
Bijwerkingen en beweging
Volgens het congresverslag waren de meeste ongewenste gebeurtenissen na de behandeling mild of matig. Er waren tien ernstige gebeurtenissen. Een daarvan was een epileptische aanval kort na de operatie, die met de ingreep te maken had. Twee hingen samen met de ziekte van Parkinson; de overige stonden volgens het verslag los van de studie. Niemand overleed en niemand stopte vanwege bijwerkingen.
Artsen maten de bewegingsklachten met een vaste puntenschaal, op een moment dat de gewone Parkinsonmedicijnen uitgewerkt waren. Een lagere score betekent minder klachten. In de groep met de lage dosis daalde de gemiddelde score in vier jaar van 43,2 naar 39 punten. In de groep met de hoge dosis daalde die van 49 naar 33,4 punten. Mensen met de hoge dosis waren volgens hun eigen dagboek ook ruim een uur per dag minder vaak in een periode waarin de medicijnen niet goed werkten.
Wat nog moet blijken
De studie was klein en had geen vergelijkingsgroep. De resultaten zijn daarom aanwijzingen en nog geen bewijs dat de cellen de verbetering veroorzaakten. Henchcliffe heeft banden met verschillende bedrijven, waaronder BlueRock Therapeutics, dat de studie financierde. De deelnemers worden nog drie jaar langer gevolgd.
De volgende stap loopt al. Sinds augustus 2025 test BlueRock de behandeling in een grote studie met ongeveer honderd deelnemers. Daarin krijgt een deel van de deelnemers een schijnoperatie zonder cellen, en weten deelnemers en onderzoekers niet wie wat kreeg. Zo'n opzet kan laten zien of de verbetering echt door de cellen komt.
Wat betekent dit voor de weg naar de singulariteit?
Langer gezond leven vraagt om behandelingen die schade herstellen in plaats van klachten te dempen. Deze therapie probeert dat bij Parkinson: verloren hersencellen vervangen door nieuwe, gekweekt uit stamcellen. Dat de deelnemers na vier jaar nog geen grote problemen hebben, is een belangrijke voorwaarde om die aanpak verder te testen. De grote studie met schijnoperaties moet laten zien of de nieuwe cellen mensen met Parkinson echt beter laten bewegen.