Vergeten immuuncellen kunnen kleincellige longkanker herkennen en doden
Australische onderzoekers ontdekten dat een weinig bekend soort afweercel een agressieve vorm van longkanker kan opsporen, ook als die zich verstopt voor de rest van het afweersysteem. Twee bestaande medicijnen maakten die aanval in het lab sterker. De volgende stap is onderzoek bij patiënten.
Kleincellige longkanker is een van de dodelijkste vormen van kanker. Onderzoekers van het Walter and Eliza Hall Institute (WEHI) in Melbourne hebben nu een afweercel gevonden die deze kanker toch kan herkennen en doden: de gamma-delta-T-cel. In het lab werd die aanval nog sterker met twee medicijnen die al op de markt zijn. Het onderzoek verscheen in het vakblad Cancer Cell.
Een kanker die zich verstopt
Ongeveer één op de acht mensen met longkanker heeft de kleincellige vorm. Die groeit snel en hangt sterk samen met roken. Minder dan 7 procent van de patiënten leeft vijf jaar na de diagnose nog. Chemotherapie samen met immuuntherapie, een behandeling die het eigen afweersysteem tegen de kanker inzet, is de standaard. Bij de meeste patiënten werkt dat helaas maar kort.
Dat komt doordat deze kanker zich goed verstopt. Je kunt het afweersysteem zien als een politiemacht. De gewone afweercellen, T-cellen, controleren elke cel als het ware op zijn identiteitsbewijs: een stukje eiwit dat de cel aan de buitenkant laat zien. Klopt dat niet, dan slaan ze toe. Kleincellige longkanker laat dat identiteitsbewijs vaak gewoon niet meer zien, en glipt zo langs de controle.
Gamma-delta-T-cellen werken anders. Zij kijken niet naar het identiteitsbewijs, maar letten op tekenen dat een cel in de problemen zit, zoals een agent die verdacht gedrag opmerkt. Volgens hoogleraar Kate Sutherland, die het onderzoek leidde, kunnen deze cellen daardoor door de vermomming van de tumor heen kijken.
Wat de onderzoekers deden
Eerst onderzocht het team tumorweefsel van twaalf patiënten, cel voor cel. In de tumor van elke patiënt bleken gamma-delta-T-cellen aanwezig. Daarna bekeken de onderzoekers gegevens uit twee grote eerdere studies met honderden patiënten. Wie veel van deze cellen in de tumor had, leefde gemiddeld langer: in een van die studies ruim 15 maanden, tegen bijna 11 maanden bij patiënten met weinig van deze cellen.
Vervolgens kweekten de onderzoekers kleine nagemaakte tumoren in het lab, uit kankercellen van patiënten, en brachten daar gamma-delta-T-cellen bij. Zo testten ze twee bestaande medicijnen:
- Tarlatamab wordt al gebruikt bij deze vorm van longkanker. Het werkt als een soort handboei met twee kanten: de ene kant grijpt de kankercel, de andere kant de afweercel. Zo worden ze naar elkaar toe getrokken. Ook gamma-delta-T-cellen bleken zo de kankercellen te kunnen vinden en doden.
- Zoledroninezuur is een middel tegen botontkalking. Het maakte de kankercellen kwetsbaarder en zorgde ervoor dat het aantal gamma-delta-T-cellen sterk groeide.
Van lab naar patiënt
De onderzoekers zien twee veelbelovende routes. De eerste is een nieuw soort immuuntherapie die juist deze cellen inzet; daaraan werkt WEHI samen met het Doherty Institute in Melbourne. Bij de tweede route worden de cellen uit het lichaam gehaald, in het lab vermenigvuldigd en daarna teruggegeven aan de patiënt. Zo'n aanpak wordt bij andere kankersoorten al onderzocht.
Dat het om medicijnen gaat die al bestaan, kan de weg naar de patiënt flink verkorten. Het onderzoek is nu nog in het lab gedaan. Dat patiënten met veel van deze cellen langer leven, is gezien in gegevens uit eerdere studies; nieuw onderzoek moet laten zien of de cellen daar ook echt de oorzaak van zijn. De volgende stap is onderzoek bij dieren en daarna bij mensen, om te bepalen welke patiënten er baat bij kunnen hebben.
Wat betekent dit voor de weg naar de singulariteit?
Deze ontdekking laat zien hoe het meten van enorme hoeveelheden data verborgen kansen blootlegt. Door duizenden afzonderlijke cellen te onderzoeken en die gegevens met de computer te koppelen aan de uitkomsten van honderden patiënten, kwam een celtype in beeld dat bij deze kanker lang over het hoofd werd gezien. Dat soort speurwerk in grote datasets is precies waar AI steeds beter in wordt. Daarnaast laat het onderzoek een tweede manier zien om sneller te gaan: niet steeds een nieuw medicijn ontwikkelen, maar slim combineren wat er al is. Zo wordt het afweersysteem steeds meer iets wat we kunnen begrijpen en bijsturen. Van het kweekbakje naar de patiënt is nog een flink stuk onderzoek nodig, maar de richting is veelbelovend.